Na oorlog komt inflatie
Volgens Trump is de oorlog in het Midden-Oosten spoedig voorbij. Dit zou in ieder geval betekenen dat er een overeenkomst komt met betrekking tot het verrijkte uranium van Iran en dat de Straat van Hormuz weer open gaat.
De markten lijken Trump te geloven, waardoor de prijzen van olie, gas, helium en kunstmest zijn gedaald. De markten weten echter ook dat de productie en het vervoer van deze grondstoffen niet zomaar hersteld kunnen worden en dat daar tijd voor nodig is. Aangenomen dat dit enkele maanden zal duren, zijn zij bereid hier doorheen te kijken.
Wij zijn er echter nog niet zo van overtuigd dat het allemaal zo gemakkelijk zal verlopen. Dat Trump zo snel mogelijk een einde aan de oorlog wil maken is duidelijk, maar de vraag is in hoeverre Iran daaraan zal meewerken. Iran heeft er weliswaar belang bij dat de oorlog snel stopt, maar zowel het regime als de bevolking zijn gewend om langdurig onder moeilijke omstandigheden te leven. Dit geldt echter niet voor de Amerikaanse kiezer. Het zou ons dan ook niet verbazen als Teheran de onderhandelingen nog enige tijd zal rekken en de Straat van Hormuz langer gesloten blijft. De economische pijn voor de VS zal dan snel toenemen, waarmee het Iraanse regime zal trachten meer concessies van Washington af te dwingen Als dit scenario werkelijkheid wordt, zullen de grondstoffenprijzen snel stijgen, loopt de inflatie in het Westen verder op en daalt de economische groei. Dit kan vrij snel omslaan in een recessie.
Dit is echter wel het meest zwarte scenario en de vraag is of Iran daar belang bij heeft. Waarschijnlijk zal, voordat het zover komt, een vorm van overeenkomst worden bereikt. De grondstoffenprijzen zullen in dat geval in eerste instantie stijgen, maar niet tot extreem hoge niveaus. Er zullen dan vooral hoge prijzen zijn, maar nog geen grootschalige fysieke tekorten.
Wel moet worden beseft dat hoe langer de Straat van Hormuz gesloten blijft, hoe langer het duurt voordat de productie en het transport van grondstoffen weer naar hun oude niveau terug kunnen keren. Dit betekent dat ook na heropening nog geruime tijd sprake zal zijn van hoge grondstoffenprijzen. De vraag is of dit ook leidt tot minder inflatie. Wij denken van niet.
Secundaire effecten
De mate waarin stijgende grondstoffenprijzen de inflatie verhogen, hangt niet alleen af van de prijsstijging zelf. Minstens zo belangrijk is in hoeverre deze stijging wordt doorberekend in de eindprijzen voor consumenten. Economen noemen dit de secundaire effecten van stijgende grondstoffenprijzen. Deze effecten worden nog groter wanneer zij ook leiden tot hogere lonen.
In het algemeen geldt dat hoe sterker een economie, ondanks stijgende grondstoffenprijzen, blijft groeien, hoe groter deze secundaire effecten worden. In de huidige situatie maakt het daarom voor de inflatie minder uit of de olie- en gasprijzen verder stijgen of rond het huidige niveau blijven. Stijgen ze verder dan zal het koopkrachtverlies sterker doorwerken in de economische groei dan als ze rond het huidige niveau blijven hangen.
Bij kunstmest ligt dit waarschijnlijk gevoeliger. Als de Straat van Hormuz nog vier tot zes weken gesloten blijft, kan wereldwijd een aanzienlijk deel van de voedselproductie verloren gaan. Dit moet nauwlettend in de gaten worden gehouden, omdat voedseltekorten veel grotere consequenties hebben dan hoge energieprijzen.
Conclusie
De markten gaan er momenteel van uit dat Iran en de VS op korte termijn overeenstemming zullen bereiken en dat de situatie zich relatief snel zal normaliseren. Wij achten die kans echter beperkt. Zelfs als er morgen een vredesakkoord wordt gesloten, zal het tijd kosten om de productie en distributie van grondstoffen volledig te herstellen. Hierdoor zullen de grondstoffenprijzen waarschijnlijk hoog blijven.
Hoe langer deze situatie aanhoudt, hoe groter de kans op secundaire effecten wordt. Ongeacht of er snel een wapenstilstand komt, verwachten wij daarom, dat de angst voor oplopende inflatie op termijn zal toenemen, met name in de VS, waar de economie sterker groeit dan in Europa.
Het huidige optimisme kan daardoor omslaan in een negatiever sentiment, waarbij centrale banken mogelijk genoodzaakt zijn om het monetaire beleid te verkrappen. Indien zij dit vanwege hoge schulden niet durven, bestaat het risico op structureel hogere inflatie.
Dit zijn minder gunstige vooruitzichten voor de langere termijnrentes en dit zal ook gevolgen hebben voor de overige financiële markten.
*Ontvangt u mijn tweewekelijkse Global Financial Markets-rapport nog niet? Stuur een e-mail naar [email protected] en ontvang een kopie van het meest recente rapport