Overslaan en naar de inhoud gaan

Eddy's wekelijkse marktupdate

vrijdag, 13 maart 2026

Waar blijft Trumps volgende TACO?

Het is waar: de afhankelijkheid van de geïndustrialiseerde wereld van olie en gas is de afgelopen decennia flink afgenomen. Zonne- en windenergie zijn veel belangrijker geworden. Maar betekent dit dan dat snel stijgende olie- en gasprijzen de economie niet meer zoveel schade kunnen berokkenen ? Op het eerste gezicht is dit inderdaad zo.

Het probleem is alleen dat de westerse wereld decennialang een beleid heeft gevoerd van het steeds verder opvoeren van de schulden. Dit is gedaan door steeds grotere overheidstekorten toe te staan en door er  steeds meer geld bij te drukken. Iets wat normaliter flink oplopende inflatie zou hebben veroorzaakt.

Dit is echter niet gebeurd, omdat de westerse landen steeds meer overspoeld werden met goedkope import uit China en andere opkomende landen. Daarnaast zorgden demografische ontwikkelingen en globalisering wereldwijd ook voor een overschot aan arbeidskrachten.

Dit neemt niet weg dat de enorme geldcreatie wel degelijk tot hoge inflatie heeft geleid. Alleen niet bij de CPI, maar bij de ‘assets’. Door het overschot aan geld zijn de prijzen van aandelen, onroerend goed enzovoort enorm gestegen ( „asset inflation“ ).

Daarnaast zijn door het overschot aan geld ook de ‘credit spreads’ enorm gedaald. Partijen met een slechte credit rating konden daardoor niet alleen steeds gemakkelijker geld lenen, maar ook tegen een geringere rente-opslag ten opzichte van partijen met een goede credit rating.

De afgelopen jaren heeft zich dit geuit in een enorme toename van ‘private debt’; het verlenen van krediet aan bedrijven zonder tussenkomst van banken. Door het overschot aan geld heeft dit een enorme vlucht genomen, waarbij de credit spreads onder steeds grotere neerwaartse druk kwamen te staan.

Begrijpelijk, want door de stijging van de aandelenkoersen en het vertrouwen dat centrale banken bij elke tegenslag zouden ingrijpen door de rente te verlagen en meer geld te creëren, was er steeds meer vertrouwen in de toekomst van de economie. Het risico van faillissementen werd daardoor steeds lager ingeschat.

Het probleem is dat deze politiek alleen vol te houden is, zolang er neerwaartse druk op de loonstijgingen en de inflatie blijft staan. Dat is nu echter niet meer het geval doordat:

• er steeds meer weerstand tegen goedkope import is ontstaan;
• er in het verlengde daarvan steeds meer importrestricties en -heffingen worden ingesteld;
• de arbeidsmarkt steeds krapper wordt als gevolg van demografische ontwikkelingen en een sterke beperking van immigratie.

Het resultaat van dit alles is dat schokken steeds moeilijker op te vangen zijn. Ook doordat de overheidsfinanciën dusdanig zijn verslechterd dat het vergroten van het overheidstekort vaak meer nadelen dan voordelen met zich meebrengt. Dit legt een steeds grotere last op de schouders van de centrale banken, die er rekening mee moeten houden dat extra geldcreatie nu wél tot oplopende inflatie leidt.

Terug naar de huidige oorlog in het Midden-Oosten.

De financiële markten gingen tot voor kort uit van een aantal renteverlagingen door de Fed. Daar bestaat ook behoefte aan, omdat door de oorlog de energieprijzen sterk zijn gestegen en deze de economische groei afremmen. Hogere energieprijzen zetten echter ook de inflatie onder opwaartse druk, waardoor de rente juist niet verlaagd kan worden of zelfs verhoogd moet worden.

Met andere woorden: zowel de economische groei als de renteontwikkeling kunnen tegenvallen ten opzichte van hetgeen  tot voor kort werd verwacht. Dat is op zichzelf niet zo erg als de energieprijzen weer snel zouden dalen. Als dat echter niet gebeurt, kan door de combinatie van hoge schulden,  hogere  rentes en centrale banken die niet meer echt te hulp kunnen schieten, gemakkelijk een zichzelf versterkende spiraal van faillissementen ontstaan.

Dit brengt ons bij TACO: ‘Trump Always Chickens Out’. Iets wat Trump al een paar keer heeft geprobeerd te doen,  door te verklaren dat de oorlog eigenlijk al gewonnen is en daarom spoedig zal eindigen. Ook worden enorme olievoorraden vrijgegeven en een aantal Russische sancties opgeheven, in de hoop dat daardoor de olieprijs flink zal dalen.

Trump wil grote economische schade voorkomen voordat de aandacht meer zal uitgaan naar de Congresverkiezingen in november. Het probleem is echter dat zolang Iran de Straat van Hormuz gesloten weet te houden, het omlaag drukken van de energieprijzen „vechten tegen de bierkaai“ is.

Temeer omdat alle olie-experts dit weten en het daarom verstandig is zo snel en zo veel mogelijk olie- en gasvoorraden op te bouwen. Dat zorgt voor extra vraag.

Het snel stoppen met de oorlog is daarom de meest voor de hand liggende optie voor Trump. Hij zal dit echter waarschijnlijk als een te grote afgang voor zichzelf en voor de Verenigde Staten zien. Bovendien is het ook dan nog maar de vraag hoe snel Iran de straat van Hormuz weer helemaal vrij zal geven.

Onze conclusie is daarom dat we er voorlopig van uitgaan dat de oorlog zal aanhouden, de olieprijs hoog zal blijven en dat dit steeds grotere economische schade zal veroorzaken. Slecht voor aandelen en goed voor de dollarkoers.

Ontvang kosteloos Eddy's wekelijkse marktupdate

Korte duiding van de belangrijkste thema’s in de economie en financiële markten, inclusief een praktisch overzicht van de rente- en valutamarkten.