S&P 500-index: naar 8.000 of naar 6.000?
De laatste tijd zijn de gevechtshandelingen in het Midden-Oosten weliswaar grotendeels gestopt, maar de Straat van Hormuz is nog altijd gesloten. Dat laatste is van groot belang voor de olieprijs. Toen de gevechten grotendeels stopten, daalde de olieprijs eerst fors, maar al vrij snel begon deze weer op te lopen. Hetzelfde geldt overigens voor helium en kunstmest.
Opvallend is alleen dat aandelen zich per saldo weinig hebben aangetrokken van deze stijgende prijzen en dat de S&P 500-index inmiddels nieuwe hoogtepunten heeft bereikt. Dit is vreemd, omdat economen stellen dat de gestegen prijzen van olie, gas, helium en kunstmest zullen leiden tot hogere inflatie, hogere rentes en een lagere economische groei. Dit is niet gunstig voor zowel de winsten als de koers-winstverhoudingen.
Waarom blijven aandelenkoersen dan toch stijgen, en kan deze ontwikkeling worden doorgetrokken naar de toekomst?
Er zijn inderdaad een aantal factoren die ervoor zorgen dat hogere energieprijzen tegenwoordig minder impact hebben:
- De economie verbruikt relatief minder olie en gas, waardoor deze kosten een kleiner deel van de totale kostprijs uitmaken dan bijvoorbeeld tien jaar geleden.
- Naarmate olie- en gasprijzen verder stijgen, wordt sneller overgeschakeld op alternatieve energiebronnen, zoals kernenergie, zon en wind.
- Voor de S&P 500 is ook van belang dat de Verenigde Staten voor een groot deel zelfvoorzienend zijn op het gebied van olie en gas.
Toch verklaart dit niet alles. Ook in andere landen volgen aandelenmarkten een vergelijkbaar patroon. Bovendien geldt dit niet voor helium, dat noodzakelijk is voor de productie van chips, en voor kunstmest.
Waarschijnlijk speelt het volgende:
- De ontwikkelingen rond AI zetten onverminderd door, wat nu al leidt tot hoge winsten bij de techsector en de verwachting is, dat deze in de toekomst nog verder zullen toenemen.
- Daarnaast bestaat het algemene gevoel dat Iran de huidige weerstand niet lang zal volhouden en dat de Straat van Hormuz binnenkort weer zal worden geopend. De schade voor de wereldeconomie zou dan van korte duur zijn.
Bij het eerste punt zijn echter kanttekeningen te plaatsen.
Er wordt momenteel een enorme capaciteit voor AI opgebouwd, wat nu tot grote winsten leidt. Zodra deze capaciteit echter volledig is gerealiseerd, kan er hevige concurrentie ontstaan, mede vanwege de hoge vaste kosten.
Bovendien wordt mogelijk te veel verwacht van AI. De technologie maakt nog fouten, kan onvoorspelbaar gedrag vertonen en kent negatieve bijeffecten die nog niet volledig zijn opgelost.
Daarnaast vergen AI-datacentra veel energie. In de toekomst zal dit steeds meer uit kernenergie, zon en wind komen, maar voorlopig blijft de afhankelijkheid van olie en gas groot. De prijzen daarvan mogen dus niet te ver oplopen. Een vergelijkbare kwetsbaarheid geldt voor helium, dat essentieel is voor chipproductie.
Kijken we naar de gevolgen van de sluiting van de Straat van Hormuz, dan zien we het volgende:
- Tot nu toe is de belangrijkste consequentie een stijging van de olieprijzen. Aandelenmarkten lijken ervan uit te gaan dat de olieprijzen niet veel verder zullen stijgen, wat alleen het geval is als de Straat van Hormuz snel weer wordt geopend.
- Gebeurt dit niet, dan zal de wereld er binnenkort heel anders uitzien. Er zullen dan grote fysieke tekorten ontstaan aan olie, gas, helium en kunstmest, waardoor de prijzen hiervan veel verder kunnen stijgen. Een tekort aan kunstmest leidt bovendien tot een aanzienlijke daling van de voedselproductie.
Zoals eerder aangegeven wordt over het algemeen aangenomen dat de Straat van Hormuz spoedig weer zal worden geopend. Of dat daadwerkelijk gebeurt, is echter onzeker. Vanuit de onderhandelingspositie van Iran bezien, heeft Teheran er op dit moment in ieder geval weinig belang bij om snel toe te geven. De aandelenkoersen staan nog hoog, rentes zijn nog niet sterk gestegen en er worden nog geen recessies verwacht. Daardoor is de druk op bijvoorbeeld de Verenigde Staten om aan de Iraanse eisen toe te geven, beperkt.
Dit kan echter snel op zijn kop komen te staan, zodra er daadwerkelijk fysieke tekorten ontstaan. Dat moment lijkt snel dichterbij te komen. Het is daarom goed mogelijk dat Teheran pas serieus zal onderhandelen wanneer de prijzen verder zijn gestegen, de rentes zijn opgelopen en de aandelenkoersen zijn gedaald.
*Ontvangt u mijn tweewekelijkse Global Financial Markets-rapport nog niet? Stuur een e-mail naar [email protected] en ontvang een kopie van het meest recente rapport